 |
Ik vind het altijd erg
prettig, vele brieven van mijn fans te ontvangen en te
beantwoorden.
Er wordt mij vaak een levensbeschrijving gevraagd. Liever
dan over mijzelf vertel ik over mijn werk.
Een vrijwel altijd gestelde vraag is: Hoe begon u met
schrijven? Toen ik no gop school zat, waar ik een redelijk
begaafde leerlinge was, deed ik niets liever dan verhalen
schrijven en ik was zelfs al aan een boek bezig, maar het
ging wel ten koste van mijn huiswerk.
Mijn ouders, die niet wisten of de
schrijverij van hun dochter iets zou worden, hebben mij
altijd gestimuleerd en mij erg verstandig opgevangen, toen
ik als 16-jarige de eerste teleurstelling moest incasseren,
omdat ik vanzelfsprekénd mijn eerste schrijfproeve vlot
terugkreeg van de uitgever. Hij zag er wel wat in maar 1000
notabene geschreven bladzijden waren hem echt teveel van het
goede. |
Ik wilde toen meteen stoppen maar mijn ouders
zorgden ervoor, dat dit niet gebeurde en nauwelijks van school,
verscheen 'Licia zet door', het succes was toen niet direct zo
groot. Daarna kwam 't boek 'Leontine' en dit is, tot op deze dag
zeer geliefd; heel wat meisjes van toen hebben dat romantische
verhaal nog in hun bezit.
Over het schrijven van een boek doe ik gemiddeld drie maanden, maar
het kan ook wel eens zo uitkomen, dat ik een halfjaar nodig heb.
Ter oriëntatie van de uitgever schrijf ik op
enkele vellen de zg. korte inhoud. Het hele verhaal ligt al in mijn
brein kant en klaar, maar het kan toch anders worden als ik eenmaal
aan 't schrijven ben. Dat werkt wel eens verwarrend voor de
uitgever, die zich voor het laten vervaardigen van de tekening voor
de omslag, natuurlijk aan mijn 'korte inhoud' houdt. We controleren
even of alles nog wel klopt met die korte inhoud. Ik tik mijn
verhaal direct op de machine, en werk dus niet eerst 'in klad'. Het
bespaart tijd en mijn vrij snelle vingers kunnen mijn gedachten
gemakkelijk bijhouden als ik ze onder woorden breng. De ge-sprekken
komen daardoor natuurlijk over.
De schoonheidsfoutjes, zoals een dubbel gebruikt woord in één zin,
zie ik bij het goed doorlezen.
Als het manuscript klaar is, gaat het naar
Uitgeverij Westfriesland in Hoorn, waar de redacteur en de
technische mensen er verder voor zorgen dat mijn werk als boek zijn
weg vindt naar de duizenden lezeressen, die na iedere nieuwe titel
alweer naar het volgende boek vragen.
Ik werk erg geconcentreerd en als een boek klaar
is, moet ik er eerst afstand van nemen alvorens aan een ander boek
te kunnen beginnen, de personen uit het boek leven dan nog te sterk
voor me. Verder wil ik nadrukkelijk stellen, dat ik geen
'literatuur' schrijf, maar prettige, goedgefundeerde verhalen,
ontspanningslectuur, die toch tracht iets mee te geven. De
voorbereidingen voor een nieuw boek vragen veel tijd. Het is niet zo
moeilijk een geheel gefantaseerd verhaal te brengen maar ik verwerk
als vanzelfsprekend veel eigen ervaringen en belevenissen.
 |
|
Voor
'Edelsteentje' heb ik destijds vakstudieboeken moeten
doorworstelen en verschillende juweliers bezocht. De
inspiratie voor dat boek kreeg ik door de 'verhalen van
vroeger' van mijn vader. Zijn vader, dus mijn grootvader,
was 'juwelier, goudsmid en graveur'. Dit, en het oude huis
waarin mijn vader heeft gewoond, hebben model gestaan voor
dit boek. 'Nu gaat de zon nog onder'
en 'Als het licht in de morgen' berusten eveneens op een
waar gebeurde geschiedenis. De hoofdfiguren uit deze boeken,
'de familie', een zeer hechte clan, ken ik, het zijn
kennissen van mij en het feest, in het eerste boek
beschreven, heb ik zelf zo meegemaakt. Dit feest maakte zo'n
diepe indruk op mij, dat het boek al geheel in mijn geest
bestond, en ditmaal zonder veranderingen, vóór er een letter
op papier stond. |
Mijn ouders waren zeer muzikaal, mijn vader
speelde heel goed piano en schilderde bovendien niet
onverdienstelijk; van hen heb ik mijn grote liefde voor muziek
geërfd. Muziek speelt dan ook altijd een grote rol in mijn boeken.
Door gebrek aan tijd ben ik zelf helaas blijven steken met mijn
pianostudie, tot verdriet van mijn ouders.
'De gebroken melodie' vertelt van een héél oud
stukje muziek, dat werkelijk zo bestaat en waarschijnlijk ben ik er
de enige bezitster van. Sport waar ik met heel veel interesse naar
kijk is kunstrijden op de schaats. Ik heb er drie boeken aan gewijd,
die op elkaar aansluiten: 'Vleugels en de wereld aan mijn voeten',
'Klatergoud op smalle ijzers' en 'Wervelend op glad ijs'.
In 'Het applaus is voor jou, Isabella', is een
jeugdherinnering verwerkt. In mijn tienerjaren had ik een vriendin
met ouders, die als artiesten met een gevaarlijk trapezenummer de
wereld afreisden.
De 100-jarige plant uit 'Moeders gelukkige plant'
heb ik vaak gezien en bewonderd, Annelie en haar Jean Paul hebben
bestaan en leerden elkaar inderdaad op de wonderlijke manier kennen,
zoals ik heb beschreven. Daar de familie die de oude plant bezat is
verhuisd, ben ik hem uit het oog verloren en weet niet of de plant
na 100 jaar nog een rol speelt in de familie.
'Mijn dierbare gouden dag' is gedeeltelijk
waarheid.
Ik heb twee piepkleine Yorkshire terriers, die, als ze zin hebben,
naar de namen Kirsha en Tessa luisteren, namen uit mijn boeken. Nu
ik de hondjes in twee boeken heb laten 'opdraven' nl. in
'Schimmetje' en 'Spreek eens met Vincie' deed ik dit uiteraard onder
andere namen, Irma en Beauty in 'Schimmetje' en Ukkie in 'Spreek
eens met Vincie'. Tot op heden heb ik meer dan 80 boeken geschreven
met een enorme oplage van ettelijke miljoenen.
Mijn lezeressen komen uit alle lagen van de
bevolking en behoren absoluut niet alleen tot de zg. 'oudere
meisjes', Uit de dagelijks binnenkomende post blijkt overduidelijk
dat ze van jong tot oud gelezen worden. Een groot deel van de
lezeressen bestaat uit volwassenen maar ook uit vrij jeugdig
leespubliek. Uit mijn brieven blijkt, dat meisjes tegenwoordig op
jeugdiger leeftijd de boeken voor oudere meisjes gaan lezen, en daar
is ook niets op tegen.
Als hobby kan ik noemen: Schrijven, maar die hobby is tevens mijn
levensvoorwaarde. Verder houd ik erg veel van mijn huis en van
gezelligheid, ofschoon ik niet echt 'huishoudelijk' ben aangelegd.
Ik denk, dat ik in ieder geval, zo al geen honderd procent
huisvrouw, wel een goede gastvrouw ben.
Verder houd ik erg veel van fotograferen en van muziek. Ik houd van
klassiek, licht klassiek en ook modern.
Ik ben ook nog 'chef geweest op een
notariskantoor. Het was nodig maar ik vond er niets aan. Bovendien
werd het zo slopend voor mijn gezondheid een full-time kantoorbaan
te hebben en tot diep in de nacht boeken te schrijven, dat ik mijn
kantoorbaan tenslotte met een diepe zucht van verlichting 'aan de
wilgen gehangen' heb.
Dan de onvermijdelijke laatste vraag: Bent u
getrouwd?
Nee, ik ben niet getrouwd. Ik zou niet weten, hoe ik ooit nog tijd
had moeten vinden voor een eigen gezin. Het bevalt mij werkelijk
uitstekend 'met mijn werk getrouwd' te zijn. Ik heb ook geen broers
of zusters, maar ik kom voortdurend tijd te kort en wat verveling
is, weet ik niet. Bovendien heb ik wat iemand ooit zo leuk 'gekozen
familie' noemde, waaronder de twee petekinderen 'Anouk en Leontine'
horen, die naar mijn boeken zijn genoemd.
Mijn vader kwam uit een echt Rotterdamse familie
en mijn moeder was een Limburgse, zodat ik ook heel veel van Limburg
houd en er graag ben. Toch woon ik het liefst in Rotterdam, maar
niet midden in de stad, meer aan de buitenkant met een geweldig
uitzicht op de Bergse Achterplas.
Ik weet, dat deze levensbeschrijving beknopt is en
geen antwoord geeft op alle vragen, maar ik vertrouw erop, dat u mij
het best leert kennen uit mijn boeken.

top |